Réunion tenue à la Bibliothèque royale, le 15 décembre 2018

Vergadering gehouden in de Koninklijke Bibliotheek op 15 december 2018

 

Lezing door Hugo Vanhoudt: de muntschat van Sluis 2016

Op 11 maart 2016 werd op het grondgebied van Sluis (Nederland) met een metaaldetector een 15de-eeuwse muntschat gevonden op een plaats waar vroeger een gebouw heeft gestaan. De munten lagen verspreid over een beperkte oppervlakte op een akker. Bij nader onderzoek werden de gevulde restanten van twee vaasjes opgegraven. In totaal werden 357 munten geregistreerd en enkele kleine niet-identificeerbare fragmenten.
De vondst kan duidelijk als een ‘Vlaamse’ muntschat worden beschouwd. Er zijn 4 gouden en 353 zilveren munten die hoofdzakelijk (80%) van Vlaamse oorsprong zijn. De andere munten zijn op Vlaamse uitgiften geïnspireerd, zoals deze van Doornik en Brabant. De muntvondst is bijgevolg een resultaat van munten geput uit de lokale omloop en waarschijnlijk de eigendom van een lokale bewoner en/of handelaar. De munten van de andere gebieden zijn uiterst beperkt aanwezig en waarschijnlijk gespaard vanwege hun goud- en zilverwaarde.
De meest opmerkelijke munt is de dubbele leeuwengroot van Jan zonder Vrees (1404-1419), geslagen bij de eerste emissie in 1407 te Gent. Dit exemplaar is het derde gekende exemplaar en in een uitzonderlijk mooie staat van bewaring.


Een dubbele groot Kromsteert van Jan van Heinsberg, geslagen in 1433, is de jongste munt in deze muntschat en die dus ten vroegste in 1433 kan zijn verborgen. Het ontbreken van munten van het type ‘Vierlander’, die door van Filips de Goede zijn geïntroduceerd vanaf 1434, laat vermoeden dat de munten zijn begraven in de jaren kort volgend na 1433. In combinatie met de historische feiten waarbij in 1436 de omgeving van Sluis door de Engelsen en/of door de Bruggelingen werd geplunderd en vernietigd, kan het vermoedelijk jaar van begraving van de muntschat in 1436 (periode tussen 1434 en 1436) worden gesitueerd.
Deze muntschat ter waarde van 700 groten vertegenwoordigt dan toch een behoorlijk kapitaal, met een equivalent van 6 tot 7 maanden loon van een timmerman of zelfs een jaarloon van een landarbeider.

Communication de Bruno Callegher : la collection numismatique de Carlo D'Ottavio Fontana (1774-1832)

Carlo D'Ottavio Fontana (1774-1832) a rassemblé son énorme collection à Trieste, fin du XVIIIe-début du XIXe siècle. Tout a commencé pour lui par la découverte de monnaies impériales romaines dans une nécropole près de l’amphithéâtre romain dans la partie archéologique de la ville, quand il était enfant. Au début du XIXe siècle, grâce à sa réussite sur le plan économique, sa passion pour les monnaies devient "dévorante", à tel point qu’il en vient à acheter en bloc, à Vienne, une collection de monnaies antiques. Ensuite bien d’autres collections viennent s’y ajouter : celles de Giacomo Nani (Venice), du Comte Persico (Vénice), du Comte Colla (Trévise), du Prince Butera (Naples), du Comte Freis (Vienne) et de nombreuses autres petites collections achetées à Venise, Rome, Naples et dans les différents lieux où il pratique le commerce entre la Dalmatie, Alexandrie et les portes de l’Empire Ottoman. Deux des domaines principaux de sa collection sont les monnaies grecques (principalement les romaines provinciales, dont un catalogue fut édité par Domenico Sestini, Descrizione d'alcune medaglie greche del Museo del signore Carlo d'Ottavio Fontana di Trieste, Florence 1822) et les monnaies romaines républicaines (deniers), (également publiées par Domenico Sestini, Descrizione della serie consolare del Museo di Carlo d’Ottavio Fontana, Florence 1837). C’est dans ce dernier ouvrage que nous apprenons la formidable dimension du Musée numismatique de Fontana : environ 50.000 pièces. Cependant, son fils vendra aux enchères la collection (1860 et 1888). De nombreuses pièces, notamment les plus précieuses et les plus rares, seront achetées par les plus importants musées numismatiques d'Europe (le Cabinet des Médailles à Paris, par exemple). Après ces deux grandes ventes aux enchères, le nom de Carlo de Carlo d’Ottavio Fontana n’est plus jamais mentionné. Il n'est donc ni rhétorique ni exagéré de définir Carlo D'Ottavio Fontana comme un collectionneur oublié depuis plus d'un siècle, y compris parmi les chercheurs qui étudient les collections numismatiques, leur genèse et leur destin.

©  KBGN-SRNB, 2008-2019