Séance tenue à la Bibliothèque Royale à Bruxelles, le 22 janvier 2005

Vergadering in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel op 22 januari 2005

 

Présents – Aanwezig : Mevrn. S. Scheers, M.-L. Dupont, L. Naster-Van der Mert en Gh. Moucharte (partim) en Dhrn. R. Van Laere (ondervoorzitter), J. van Heesch (secretaris), J.-L. Dengis, J. Schoonheyt, J. Elsen, Y. Kenis, M. Vancraenbroeck, R. Waerzeggers, H. Dewit, P. Degel, A. Haeck, T. Godderis, A. Buchet, E. Schutyser, M. Gheerardijn, G. Lejeune, M. Bar, L. Smolderen, W. Faes en J. Moens.

Excusés – Verontschuldigd : Mevr. Cl. Van Nerom en Dhrn. P. Cockshaw (voorzitter), A.-F. Schepers, M. Rocour, G.-X. Cornet en F. de Callataÿ.

De ondervoorzitter opent de zitting om 14u30.  Hij biedt aan alle aanwezigen zijn beste wensen aan voor het nieuwe jaar.

Dhr. van Heesch vermeldt de verontschuldigden.  Hij laat een publicatie circuleren van Mevr. de Türckheim-Pey van het Cabinet des Médailles te Parijs, met als titel Médailles du Grand Siècle – Histoire métallique de Louis XIV.  De auteur was twee jaar geleden gastspreker tijdens de algemene vergadering, en behandelde daarbij een gelijkaardig onderwerp.

M. Boffa donne un exposé sur l’introduction de la grosse monnaies d’argent dans nos régions à la fin du treizième siècle.  Il précise que cette introduction – qui est liée au développement du commerce de la laine avec l’Angleterre et des produits finis avec la France – ne s’est pas limitée au remplacement de la frappe des petits deniers par celle des pièces plus lourdes, inspirées de l’esterlin anglais, du double tiers de gros et du gros tournois français.  En effet, elle est allée de pair avec des changements dans l’administration monétaire, avec d’une part, une forte réduction du nombre d’ateliers (de plusieurs dizaines en Flandre vers quelques ateliers seulement), et d’autre part, une formalisation des fonctions du personnel des ateliers, c’est-à-dire du maître de la monnaie et des autres officiers, qui remplissaient dorénavant leurs fonctions dans le cadre d’un contrat avec le prince-émetteur.  Cette dernière évolution permettait et nécessitait un plus grand professionnalisme de la part de ce personnel.  Ces contrats n’ont pas empêché la mobilité du personnel entre les différents ateliers, ce qui a eu comme résultat une plus grande homogénéité dans les émissions des différents princes de nos régions.  Notons encore que ces changements ne se limitent pas seulement à la réorganisation des ateliers, mais s’étend d’une manière générale à toute la gestion financière de l’État sous le contrôle du prince.

L’exposé fera l’objet d’une prochaine publication dans la Revue de la Société.

Les thèses avancées par l’orateur donnent lieu à un débat auquel participent plusieurs membres.  Y sont abordés entre autres les sujets suivants : l’évolution au principauté de Liège a-t-elle été comparable à celle en Flandre et au Brabant ? – l’orateur ne surestime-t-il pas l’impact du prince sur le fonctionnement des ateliers ? – les grosses monnaies et les petits deniers ont-ils réellement circulé en même temps, vu l’absence de trésors «mixtes» ?

Mevr. Dupont geeft een overzicht van hetgeen 2004 te bieden had op het vlak van (Belgische) medailles.  Hoogtepunt was het congres van de FIDEM in Seixal (Portugal) eind oktober.  Aangezien de stukken die daar werden tentoongesteld niet tijdig zijn teruggestuurd, moet ze zich beperken tot het laten circuleren van de catalogus en van slechts enkele medailles : de officiële medaille van de hand van de Portugese medailleur Helder Batista (in 1998 laureaat van de J. Sanford Saltus-prijs van de ANS) en een médaille-objet uit kunsthars, gift van de Amerikaanse delegatie, van de hand van de Amerikaanse kunstenaars Mashiko (voorzijde) en Jeanne Stevens-Sollman (keerzijde).

Ze brengt ook twee in 2004 overleden kunstenaars in herinnering, nl. enerzijds, R. Harvent (geboren in 1925), een uitzonderlijk getalenteerd beeldhouwer-medailleur die 13 prachtige medailles heeft vervaardigd (opus I tot XIII), waarvan er 2 werden bekroond met de Tourneur-prijs (1963 – Promotion du Travail du Hainaut; 1973 – Prof. I. P. Appelmans); de catalogus hierover wordt doorgegeven – anderzijds, J. Moeschal (geboren in 1913), architect-beeldhouwer die echter ook twee medailles heeft gecreëerd (1950 – beeltenis van Z.K.H. Prins Boudewijn voor zijn bezoek aan de mijnen van Beringen op 30/10; 1993 – medaille voor Europalia Mexico, met op de voorzijde het monument dat naar zijn ontwerp is opgericht in Mexico ter gelegenheid van de Olympische Spelen in 1968).

Ze betreurt tenslotte dat de tentoonstelling van de Belgische medailles die in 2003 zijn uitgebracht, wegens gebrek aan subsidies niet is kunnen doorgaan in 2004, maar dit zal worden rechtgezet door in 2005 een (niet-gesubsidieerde) tentoonstelling te organiseren met de creaties uit 2003 en 2004.

Dhr. Smolderen maakt van de gelegenheid gebruik om te verwijzen naar het belang van de Tourneur-prijs, en naar het artikel dat daarover is gepubliceerd in het Tijdschrift van het Genootschap.

De ondervoorzitter sluit de vergadering rond 16h10.

 

 

Fermer Sluiten Close
 

©  KBGN-SRNB, 2008-2017